Hoewel ik zelf niet de kleinste ben, steekt hij met kop en schouders boven mij uit. Mitch, 3 VMBO-T, stevige dyslexie, stevige puberteit. Vorig schooljaar heb ik een aantal individuele gesprekken met hem gevoerd en nu volgt hij de training ‘Snel leren = leuk leren’. Ik heb hem leren kennen als iemand waar goed mee te praten valt, maar die wel duidelijke ideeën in zijn hoofd heeft die hij niet zomaar laat varen. Hoe zou hij het in deze groep doen?

Bij de eerste les introduceer ik het snellezen. Aan mijn rechterkant hoor ik gemompel. “Hm, wat heb ik daar nou an, ik heb toch Kurzweil?” Ik besluit hem serieus te nemen. “O jee ja Mitch, daar heb ik nou geen seconde over nagedacht! Dus voor jou is dit helemaal niet nuttig! Wat nu? Heb je wel een boek bij je?” Er volgt wat gebrom en gerommel in een tas, en daar komt een Harry Potter-boek tevoorschijn. “O fijn, dan kun je vandaag in elk geval meedoen”, zeg ik. “Zou je het tijdens deze cursus wel willen oefenen? Dat is maar 6 weken. Dan kun je altijd nog besluiten of je er daarna iets mee doet.” Daar is Mitch gelukkig wel voor te porren, maar ik ben benieuwd hoe het verder gaat.

De week erop vraag ik aan de groep hoe het oefenen ging. Hier en daar klinken uitvluchten (helemaal vergeten!) maar tot mijn verbazing zegt Mitch ‘O goed hoor!’ En bij de snelleestest gaat hij van 100 naar 150 woorden. Ik ben trots op hem. “Wow Mitch, goed man! Wat denk je, ga je door met oefenen? Zou je het toch kunnen gebruiken?” Mitch denkt van wel: “Voor als me laptop het een keer niet doet ofzo….”

Aan het einde van de training is hij meer dan 4 keer zo snel gaan lezen als bij de start! Ik prijs hem de hemel in. “Maar wat ik niet snap Mitch, is dat ik de bladwijzer van je Harry Potter boek nog maar halverwege zie zitten. Hoe kan dat dan?” “Omdat ik alweer opnieuw begonnen ben!” zegt Mitch verontwaardigd….

Pin It on Pinterest