Hoewel het een beetje gevaarlijk is om in stereotypen te denken vind ik de ouders van Jari (groep 8, ADHD) echte klassiekers. De enige dissonant in het plaatje is het feit dat moeder econoom is en vader gezinsvoogd in plaats van andersom. Maar verder heb ik hen in de afgelopen jaren regelmatig in mijn spreekkamer gezien. Goed opgeleide, welbespraakte en cooperatieve ouders, die soms met hun handen in hun haar zitten over hun zoon of dochter met ADHD, ASS en/of dyslexie.

Samenwerken

Ook de ouders van Jari maken zich ernstige zorgen. Jari gaat volgend jaar naar de brugklas. VMBO-T/HAVO. Met zijn intelligentie moet hij dat makkelijk aankunnen. Maar die ADHD he….”U gelooft het niet mevrouw” zegt vader, “maar Jari heeft echt nog NOOIT iets afgekregen. En ALLES moet je voor hem voorstructureren, hem bij het handje nemen. Want anders krijgt hij niets voor elkaar.” Ik heb bewondering voor het geduld van deze ouders. Maar tegelijk vraag ik me dan af hoe dat gaat op school, waar hij toch met meer leerlingen in een klas zit. “We hebben geprobeerd om op school aan zijn zelfstandigheid te werken” legt moeder uit. “Maar het lukte niet altijd om samen te werken met de juf.”

“Mijn vrouw drukt doorgaans zich wat genuanceerder uit dan ik” zegt vader. Het spreekwoordelijke stoom komt uit zijn oren. “Ik heb het gewoon helemaal gehad met die school. Daar ben ik eerlijk in. Wat dat betreft ben ik erg blij dat hij aan het VO toe is. Maar ik houd tegelijk mijn hart vast…”

We praten nog wat verder over de problemen waar Jari tegenaan loopt, en de inspanningen die ouders, en vooral moeder, leveren om hem zo goed mogelijk door het dagelijks leven te loodsen. Heel begrijpelijk, hun zorgen. Je wilt immers het beste voor je kind? Toch kan daar ook een gevaar in schuilen. Krijgt Jari wel de kans om te falen? Want ook dat is goed voor een kind.

Peanuts

“Maar stel nu dat Jari een keer op school komt en hij heeft zijn gymspullen niet bij zich” vraag ik. “Wat zou er dan gebeuren?” “Ja, dat is op zich ook wel de lijn die ik zou voorstaan” zegt vader. “Maar mijn vrouw ziet dat toch wat anders”. Moeder kijkt schuldbewust. “Ja, ik weet het verstandelijk ook wel” zegt ze, “maar ik weet ook dat hij zo in paniek kan raken als er iets mis gaat…Weet je, de laatste tijd denk ik steeds vaker: Hoe heb ik het toch ooit zwaar kunnen vinden toen ze nog alleen gewoon verschoond en gevoerd moesten worden. Dat was echt peanuts!”

We spreken een traject af. Jari gaat meedoen met de training “Op weg naar Snel leren = leuk leren”, een training van 3 lessen als voorbereiding op de brugklas. Zodat hij hier alvast een stukje eigen verantwoordelijkheid in krijgt. En na de zomervakantie spreken we elkaar weer om gezamenlijk te bekijken hoe de start op het VO verlopen is en wat Jari nodig heeft in de brugklas. Vader verwoordt dat heel mooi. “Ik denk niet dat we kunnen voorkomen dat Jari’s schip ergens strandt” zegt hij. “maar ik zie het wel als mijn taak als vader om hem zacht te laten landen….”

 

Pin It on Pinterest